Gebouwen zijn vaak te warm of te koud omdat installaties niet goed zijn afgestemd op het daadwerkelijke gebruik en de omstandigheden. Temperatuur wordt meestal niet continu en actief gestuurd, maar reageert vertraagd op veranderingen.
In veel gebouwen werken verschillende installaties, zoals verwarming, koeling en ventilatie, niet goed samen. Daardoor ontstaan situaties waarin systemen elkaar tegenwerken of te laat reageren. Ook instellingen zijn vaak te ruim of juist te strak, waardoor het systeem onrustig wordt.
Die onrust zorgt ervoor dat temperaturen gaan schommelen. En juist die schommelingen hebben veel invloed op comfort. Een temperatuur die iets afwijkt maar stabiel blijft, wordt vaak als comfortabel ervaren, terwijl wisselende temperaturen sneller als te warm of te koud worden ervaren. Daarnaast wordt comfort vaak gezien als één vaste temperatuur, terwijl het in de praktijk draait om een bandbreedte die actief wordt bewaakt. Wanneer die bandbreedte niet goed is ingesteld of niet goed wordt gestuurd, ontstaan sneller afwijkingen.
Het gevolg is dat installaties harder gaan draaien zonder dat het comfort daadwerkelijk verbetert. Dat leidt niet alleen tot klachten, maar ook tot onnodig energieverbruik.
Ook weersomstandigheden spelen een belangrijke rol. Op een koude ochtend verwarmen installaties het gebouw op, maar als de zon gedurende de dag opkomt en de buitentemperatuur stijgt, kunnen systemen die puur reactief zijn ingesteld te laat terugschakelen. Het gevolg is een gebouw dat de hele dag te warm blijft en onbehaaglijk aanvoelt, terwijl er ook nog eens onnodig energie wordt verbruikt. Intelligent anticiperen op weersverwachtingen en zonsinstraling voorkomt dit: het systeem past de sturing al aan voordat de temperatuur buiten verandert, niet pas daarna.
Oplossingen als AIMZ sturen continu en automatisch bij op basis van actuele gebouw- en weerdata, waardoor installaties beter samenwerken en niet onnodig harder hoeven te draaien.