
Een volle klas, een leeg lokaal. Wat doet je klimaatinstallatie?
Het eerste uur zitten er dertig leerlingen in lokaal 2.14. Het tweede uur staat het leeg. Rond tien uur valt de zon op de ramen en loopt de temperatuur op. Een verdieping lager is het lokaal aan de noordkant nog koud. Hoe goed bedient je klimaatinstallatie al die lokalen tegelijk?
Datum: 03-11-2026
Thema: Onderwijs
Waarom is het ene lokaal warmer dan het andere?
Dertig leerlingen geven samen flink wat lichaamswarmte af en verwarmen zo het lokaal. Valt de zon erbij op de ramen, dan stijgt de temperatuur verder. Het lokaal aan de schaduwkant heeft op hetzelfde moment nog warmte nodig.
Hangen beide lokalen aan dezelfde regeling, dan is het lastig om ze allebei goed te bedienen. Het zonnige lokaal wordt bijvoorbeeld te warm, terwijl het lokaal aan de schaduwkant nog om warmte vraagt. Een docent zet het raam open terwijl de verwarming aanstaat.
Het rooster vergroot de verschillen. Het ene lokaal is de hele dag bezet, het andere heeft drie tussenuren. Een vaste instelling past bij geen van beide de hele dag. Voor het comfort telt ook hoe stabiel de temperatuur blijft. Als een lokaal eerst te koud is en later te warm, gaan docenten zelf bijregelen of ramen openzetten. Minder temperatuurschommelingen geven minder aanleiding om zelf in te grijpen.
Wat vangt je bestaande regeling al op?
Veel gebouwbeheersystemen regelen al op buitentemperatuur, gebruikstijden en ruimtetemperatuur. Een geoptimaliseerde opstart komt ook vaak voor. Wat een standaardregeling meestal niet doet: per zone leren hoe een lokaal reageert en dat combineren met de weersverwachting.
Of je regeling de wisselingen in je school bijhoudt, hangt af van de functies en instellingen. Met deze vier vragen zie je waar je staat.
Krijgt elk lokaal de aansturing die het nodig heeft?
Een zonnig lokaal op de bovenste verdieping reageert anders dan een lokaal op de begane grond. Toch hangen ze vaak aan dezelfde regeling. Kijk waar de verschillen zitten:
- Welke lokalen zijn structureel te warm?
- Welke lokalen komen ‘s ochtends niet op temperatuur?
- Welke lokalen worden samen aangestuurd, en waar kun je afzonderlijk bijsturen?
De antwoorden laten zien wat je met betere aansturing oplost en waar je installateur naar moet kijken.
01


Houdt de regeling rekening met warmte die nog komt?
Een te warm lokaal koel je niet in vijf minuten af. Bij vloerverwarming werkt eerder afgegeven warmte nog uren door. Een keuze van zeven uur ‘s ochtends merk je om elf uur nog.
Vooruitkijken helpt. Voorspelt het weerbericht dat de buitentemperatuur stijgt en dat de zon om tien uur op de gevel staat? Dan heeft het lokaal later op de ochtend minder warmte nodig. Stuur je daar om zeven uur al op, dan voorkom je dat je eerst te veel warmte in het lokaal stopt en die er daarna weer uit moet ventileren.
02
Wat doe je met een leeg lokaal tijdens een tussenuur?
Een leeg lokaal lijkt een kans om alles uit te zetten. Over een uur zitten er weer leerlingen, en dan moet het lokaal op temperatuur en fris zijn.
- Verwarming: hoeveel terugschakelen tijdens een tussenuur oplevert, hangt af van hoe snel het lokaal afkoelt en hoe snel de installatie reageert. Het lokaal moet bij de volgende les weer op temperatuur zijn. Bij vloerverwarming werkt eerder afgegeven warmte lang door.
- Ventilatie: een leeg lokaal heeft minder luchtverversing nodig. Stem het terugschakelen af op de benodigde luchtverversing en de gebruikstijden, zodat het lokaal fris is als de volgende les begint.
03


Zie je patronen voordat er klachten komen?
Een klacht over een warm lokaal valt op. Een installatie die ongemerkt te veel warmte levert, valt niet op. Niemand belt omdat het lokaal precies goed is en de energierekening te hoog. En met tientallen lokalen en wisselende gebruikstijden is het lastig om naast je andere werkzaamheden alle temperaturen en instellingen te volgen.
Leg de temperaturen en installatiegegevens van een paar weken naast elkaar, en je ziet patronen. Bijvoorbeeld:
- een zone die elke ochtend te warm wordt;
- ruimtes die tegelijk warmte en koeling vragen;
- luchtbehandeling die na schooltijd blijft draaien.
Sommige bevindingen los je op met andere instellingen. Voor andere heb je je installateur nodig.
04
AIMZ leert hoe je gebouw reageert
AIMZ koppelt aan je bestaande gebouwbeheersysteem. Het AI-model leert per zone hoe je gebouw reageert op onder andere de buitentemperatuur, zoninstraling, bezetting, gemeten temperaturen en de werking van de installatie. Daarbij herkent het ook terugkerende patronen, bijvoorbeeld hoe de temperatuur na het begin van de lesdag oploopt. Met de weersverwachting rekent het uit wat de komende uren nodig is.
Elk kwartier stuurt AIMZ een nieuwe stuurwaarde naar het gebouwbeheersysteem en stelt de aansturing bij binnen de comfortgrenzen die jij bepaalt.
Met AIMZ besparen gebouwen gemiddeld 26% op het thermische energiegebruik van de klimaatinstallatie, zonder verbouwing of nieuwe installatie. Bevindingen die technische aandacht vragen, krijg je als gericht advies voor je installateur. Bij de Hanze bijvoorbeeld kwamen tijdens de implementatie kapotte kleppen, foutieve instellingen en sensoren die niet goed meten aan het licht. In het pilotgebouw bespaarde de Hanze al ruim 13% energie zonder echte aanpassingen aan de installatie.
Wil je weten waar jouw schoolgebouw energie kan besparen?
In een kort gesprek kijken we samen naar je installatie en je gebouwbeheersysteem.
