AIMZ. project

Winteranalyse 2026: 90% van de gebouwen haalt comfort niet


Door: Gerard Zijlstra
Datum: 23 februari 2026
Thema: Data-analyse

De laatste week van januari 2026 was een typisch Nederlandse winterweek. Temperaturen rond het vriespunt, geen uitzonderlijke kou. Juist dat maakt deze week interessant: hoe presteren gebouwen onder normale winterse omstandigheden?

We analyseerden de data van de gebouwen die zijn aangesloten op AIMZ. Onze AI-modellen bewaken het comfort en sturen bij om het energiegebruik zo efficiënt mogelijk te houden binnen duidelijke comfortafspraken. Wat opvalt: slechts 10% van de gebouwen bleef volledig binnen de ingestelde grenzen. De overige 90% had één of meer zones die niet op temperatuur kwamen.

Dat is niet alleen een comfortvraagstuk. Het zegt ook veel over hoe efficiënt een gebouw met energie omgaat. Want zodra comfort onder druk staat, zie je vaak dat installaties harder gaan draaien, terwijl het resultaat toch achterblijft.

Wat viel op in de winteranalyse van 2026?

We hebben gekeken naar de situatie aan het begin van de middag. Dan zijn gebouwen uit de opstartfase en worden zones met structurele comfortproblemen beter zichtbaar. 

De uitkomst:

  • 10% van de gebouwen bleef volledig binnen de comfortgrenzen
  • 90% had één of meer zones buiten die grenzen

Als we verder inzoomen op die 90%:

  • Gemiddeld haalt 24% van de zones het gewenste comfort niet
  • Gebouwen van na 2000 met uitgebreide installaties en regeltechniek: circa 7%
  • Gebouwen van na 2000 met medium installaties en regeltechniek: circa 20%
  • Gebouwen van vóór 2000 met eenvoudige installaties en regeltechniek: circa 50%

De verschillen zijn groot, maar niet verrassend. Bouwjaar, installatieniveau en regeltechniek maken simpelweg veel uit. En opvallend is dat de verschillen vooral zichtbaar worden zodra het gebouw ‘onder druk’ staat: in een koude week komt de zwakste schakel vanzelf naar boven. In oudere gebouwen zit dat vaak in beperkte regelmogelijkheden of slijtage, terwijl nieuwere gebouwen juist gevoelig zijn voor instellingen en verdeling tussen zones.

Comfort in gebouwen is minder subjectief dan je denkt

Comfort wordt vaak besproken op basis van gevoel of klachten. Maar in de praktijk kun je comfort prima objectief maken, zolang je duidelijke grenzen afspreekt. Bij de implementatie van AIMZ worden per gebouwzone comfortgrenzen en comforttijden ingesteld. Wanneer is een ruimte ‘op temperatuur’ en wanneer niet? AIMZ bewaakt dit met een stoplichtsysteem. Simpel gezegd: 

  • groen als alles binnen de afgesproken bandbreedte blijft
  • oranje zodra één of meer zones daarbuiten vallen

Het systeem is hierin bewust heel strikt. Als de ondergrens 21 °C is en een zone meet 20,98 °C, dan telt die zone als ‘niet op comfort’. Niet omdat iemand dat zo ervaart, maar omdat je alleen kunt verbeteren als je consequent meet en vergelijkt. Zodra één zone buiten comfort valt, beschouwt AIMZ het gebouw als niet volledig op comfort. Dat klinkt misschien streng, maar het levert iets belangrijks op: je kunt comfortproblemen zichtbaar maken voordat ze uitgroeien tot structurele klachten of onrust in het gebouw.

Wat doet AIMZ als comfort onder druk staat?

Gebouwen reageren in de winter niet allemaal hetzelfde. Maar één principe geldt altijd: hoe kouder het buiten wordt, hoe meer warmte er nodig is om het binnen comfortabel te houden. Alle gebouwen die op AIMZ zijn aangesloten, werken met weersafhankelijke regelingen. AIMZ gebruikt die basisregeling, maar stuurt daarbinnen continu bij op basis van data. Daarbij is de volgorde altijd hetzelfde: eerst comfort, daarna optimalisatie.

Concreet:

  • Zijn één of meerdere zones te koud? Dan verhoogt AIMZ de aanvoertemperatuur.
  • Zodra de zones op temperatuur zijn, kijken de AI-modellen of het zuiniger kan.
  • Dit gebeurt altijd binnen veilige, vooraf ingestelde grenzen. 

Of, zoals we het intern vaak samenvatten: meer warmte als het moet, minder warmte als het kan. Juist in koude weken maakt dat verschil: je herstelt comfort waar nodig, zonder dat het energiegebruik structureel omhoog hoeft te schieten. 

Dat is belangrijk, omdat comfortproblemen in veel gebouwen vaak leiden tot een bekende reflex: instellingen omhoog en harder stoken. Begrijpelijk, maar in de praktijk lost dat het probleem niet altijd op. Vaak is er namelijk niet te weinig warmte, maar komt de warmte niet goed verdeeld in het gebouw terecht. Daardoor worden sommige zones te warm, terwijl andere zones alsnog achterblijven. 

Door actief en gericht bij te sturen, voorkom je dat installaties structureel harder gaan draaien zonder grip op het resultaat. En daarmee voorkom je ook onnodig hoog energiegebruik.

Waarom halen sommige gebouwen het comfort niet?

De oorzaken verschillen per gebouw, maar in deze analyse zien we vooral drie patronen die steeds terugkomen en die voor veel gebouweigenaren en -beheerders herkenbaar zullen zijn.

Het gebouw is veranderd, maar de installatie niet

Veel gebouwen worden in de loop der jaren anders gebruikt dan oorspronkelijk bedoeld. Denk aan een kantoor dat deels een zorgfunctie krijgt, een school die intensiever wordt gebruikt, of ruimtes die opnieuw worden ingedeeld. De installatie is daar niet altijd op aangepast. Het gevolg: sommige zones komen structureel tekort, vooral tijdens koude weken.

De warmte komt niet gelijkmatig in het gebouw

In veel gebouwen zie je hetzelfde beeld: de ene ruimte is comfortabel, de andere blijft koud. Soms zit het probleem niet in ‘te weinig warmte’, maar in de verdeling ervan. Dat leidt niet alleen tot klachten, maar ook tot inefficiënt gedrag van de installatie. Het systeem blijft sturen, maar het gebouw reageert niet overal hetzelfde.

Instellingen zijn steeds verder opgeschoven

In de praktijk wordt er vaak lokaal bijgesteld om klachten op te lossen. Logisch, maar het kan er ook toe leiden dat het totale systeem langzaam uit balans raakt. Het resultaat: een gebouw dat technisch functioneert, maar steeds minder voorspelbaar wordt in prestaties. En juist dat zie je terug in winterdata.

Wat deze winterweek ons leert

Deze winteranalyse laat vooral zien hoe belangrijk het is om comfort niet alleen te beoordelen op incidenten, maar op structurele patronen. Niet op gevoel, maar op basis van data. In een koude week wordt zichtbaar wat je in mildere periodes makkelijk mist.

Door comfort continu te volgen, krijg je antwoord op vragen als:

  • Waar ontstaan structurele afwijkingen?
  • Welke zones lopen steeds achter?
  • Waar gaat energie verloren zonder dat het comfort verbetert?

Dat soort inzichten zijn waardevol voor iedereen die verantwoordelijk is voor gebouwprestaties, comfort en energiegebruik. Niet om te ‘sturen op cijfers’, maar om te begrijpen wat er werkelijk gebeurt in een gebouw, en waar verbetering het meeste effect heeft.

Benieuwd wat jouw gebouw laat zien in een winterweek?

De kans is groot dat jouw gebouw vergelijkbare patronen laat zien. Wil je weten wat het oplevert als je deze afwijkingen gericht aanpakt? Plan een kort gesprek in, dan kijken we samen naar je data en nemen we de belangrijkste inzichten door.

Plan je gesprek    Onze werkwijze